<>Gepubliceerd op 23-03-2008 – 05:18
Laatst bijgewerkt 23-03-2008 – 05:18Voor wie iemand verliest aan de dood en geen idee heeft hoe om te gaan met alles wat er vervolgens gebeurt, kan Handboek voor de dood een handige gids zijn.
Tussen doodgaan en de begrafenis of crematie zitten hooguit vijf dagen. Naast verdriet, komen daarin veel andere zaken op de nabestaanden af. Zodra de uitvaartondernemer binnenstapt, zijn er talloze vragen die beantwoord moeten worden. Dan en nog lang daarna.
Handboek voor de dood van Bram Hulzebos en Anja Krabben biedt daarbij uitkomst. Op treffende, nuchtere toon geven de auteurs informatie over bijna alles wat rond de dood te weten valt. Iedereen die wel eens van dichtbij met de dood te maken had, zal veel in het boek herkennen. Ook de humor. Hier en daar schetsen de auteurs zulke hilarische voorbeelden, dat nare gedachten, die onvermijdelijk aan dit onderwerp kleven, even weggelachen kunnen worden.
Net als de dood zelf kent het boek veel aspecten. Het begint met het sterven zelf, waarover soms vragen moeten worden beantwoord. Willen mensen thuis sterven of in het ziekenhuis? Kan het stervensproces verlicht of versneld worden? Is er een mogelijkheid tot transplanteren en doneren?
Dan volgt de uitvaart. Nederland staat bol van wetten, toch blijkt er nog heel veel mogelijk. Er zijn talloze manieren de uitvaart persoonlijk te maken. Echte natuurbegraafplaatsen, zoals in Engeland, zijn in het kleine volgebouwde Nederland niet mogelijk, maar je mag tegenwoordig wel de as bijna overal verstrooien. Alle wijzen van lijkbezorging, van begraven tot vriesdrogen, worden door de auteurs tot in soms akelige details besproken.
Het hoofdstuk ‘Eigen wensen, eigen invulling’ biedt handvatten voor talloze keuzes: ‘Hoe meer je zelf doet, hoe persoonlijker het is.’ Dat strekt zich uit van opbaren tot kisten, de rouwkaart, het zelf dragen van de kist, de cake of de borrel. En gaat verder na de dood: wat doe je met de as of het graf? Nu de kerk voor steeds minder mensen de rituelen voorschrijft, is er ruimte voor een eigen invulling daarvan. Het boek geeft enkele voorbeelden.
Een en al narigheid? Welnee. Het hoofdstuk ‘Hoe hoort het nu eigenlijk’ is zelfs best vermakelijk. Door bizarre voorbeelden van Hulzebos en Krabben over kledingkeuze die fout gaat en handen die toch echt niet in de zakken horen. Daarna een heel treffende en herkenbare uitleg over hoe het toch komt dat veel gasten emotioneler zijn dan de directe nabestaanden. Die nabestaanden hóeven overigens niet flink te zijn. ‘Als iemand de uitvaart van begin tot eind in een machteloze huilbui uitzit, is hij verexcuseerd’.
Het indrukwekkende laatste hoofdstuk over rouw toont aan dat de auteurs weten waarover ze spreken. Niets is zo individueel als rouw. Het boek biedt daarvoor alle begrip en ruimte.
Zoals het een handboek betaamt, staan achter in het boek lijsten. Een lijst met de financiële gevolgen van een overlijden, checklisten van alles wat er geregeld moet worden, toepasselijke teksten voor bij de rouwkaart en ten slotte pagina’s vol met nuttige boeken en websites, al is die van het donorcodicil vergeten: http://www.donorregister.nl . Het boek doet de lezer heen en weer slingeren tussen verdriet (omdat bij alle voorbeelden toch gedachten aan de eigen naasten opkomen) en vrolijkheid (ook rondom de dood blijkt er toch veel te lachen). Door het hele boek heen spreekt een belangrijke boodschap: neem de tijd. Voor het regelen van de uitvaart, voor het afscheid, voor de rouw. Het lezen van het boek is een goed begin.
- Handboek voor de dood, Bram Hulzebos en Anja Krabben, uitgeverij Contact, 17,90 euro.
Filed under: Begraven, Cremeren, INFORMATIEF