Portret van een rouwclown

Gepubliceerd op 08 – 01 – 2008 13:58
Laatst bijgewerkt 08 – 01 – 2008 13:58

‘Soms heb ik een neus op’

Dood en glimlach liggen bij hem niet ver uit elkaar. Roelof van Wijngaarden (49) is Nederlands enige rouwclown.

‘Een rode neus is het kleinste masker ter wereld.’

In de verte komt hij aanlopen. Niet al te groot, kniestukken op zijn blauwe broek, een smalle mond in een brede glimlach. ‘Hoi, ik ben Roelof van Wijngaarden’, een stevige handdruk.

Aan tafel in een multifunctioneel centrum op het industrieterrein van Berkel en Rodenrijs. Hij drinkt koffie uit een witte mok. ‘Van de buitenkant ben je een clown, maar daaronder zit een mens. Het gaat om authentiek zijn, contact maken met de ander. Als je daar ‘in’ staat, ben je op z’n krachtigst.’ Van Wijngaarden is rouwclown, of ritueelclown, hoe je het noemen wilt. Hij clownt op begrafenissen. ‘Soms heb ik een neus op, nooit grote schmink.’

Nog een grote slok. ‘Ik werkte als Cliniclown toen ik zes jaar geleden door een bekende tijdens haar ziekbed gevraagd werd om haar uitvaart te doen. Na afloop was de reactie: ‘wow, fantastisch’. Toen dacht ik: waarom ook niet?’

Hij slaat zijn ene been over het andere. In de keurige herenschoenen steken een paar kinderlijk kleurig gestreepte sokken. Roze, paars, blauw, groen. ‘Wat ik doe tijdens een uitvaart verschilt heel erg, ik bespreek het van tevoren uitgebreid met de familie. Ik ben er om de spanning te doorbreken en te troosten.’

‘Ik doe vaak iets met mijn kleding. Een keurig Italiaans maatpak bijvoorbeeld, waarvan een van de pijpen een heel stuk korter is. Of een hoedje op. Ook maak ik muziek, maar ik ben er vooral om de spanning te breken.’

Een gulle glimlach. ‘Als mensen achter de kist naar de begraafplaats lopen, weten ze zich vaak geen houding te geven. Hoe ze moeten lopen, waar ze hun handen moeten laten. Ik marcheer dan bijvoorbeeld overdreven mee in de optocht.’ Ook is Van Wijngaarden wel eens de kerk binnengekomen, om vervolgens naar de kist te lopen en met een zakdoek een denkbeeldig vlekje op de kist weg te poetsen. ‘Die man was heel ijdel.’

Hij kijkt indringend. ‘Maar het gaat niet om mij tijdens zo’n uitvaart. Ik ben er niet om de aandacht af te leiden.’ Negatieve reacties krijgt hij dan ook zelden. ‘Ik ben alleen aanwezig, met of zonder woorden. Er valt niks te scoren. Ze vragen me ook wel voor begrafenissen waar ik heel bewust nee tegen zeg. Dan willen ze een groteske clown, een karikatuur. Dat doe ik niet.’ Hij krabt aan zijn wenkbrauw waar nog wat verdwaalde zwarte schmink in zit.

Jarenlang ging hij door het leven als ‘Clown Roef’ bij de Cliniclowns. Vijf jaar geleden stopte hij daar bewust mee. De tegenstelling tussen het clownswerk aan het ziekenhuisbed en de commerciële, marketinggerichte kant van de Cliniclowns, met het ‘zielige zieke kind ’en de clown als product, vond Van Wijngaarden uiteindelijk ‘onoverbrugbaar’.

Hij richtte een eigen bedrijf op, Gentleclowning, en geeft naast zijn werk als uitvaartclown cursussen en workshops. Dit jaar gaat hij naar Duitsland en Zwitserland om daar Cliniclowns les te geven in het ritueel clownen. ‘Ik leid mensen niet op tot clown, ik leer ze contact maken. Een clown is een voertuig, een luchtige manier om tot hele essentiële zaken van het leven te komen.’

Driftig wiebelt zijn been op en neer. ‘Ik werk ook in hospices en verpleeghuizen met demente mensen. Dat project heet ‘clowns op de koffie’. Die mensen zetten ze met een kopje koffie voor zich aan tafels en doen er verder niets mee. Ze zijn zo afhankelijk, iedereen speelt de baas over ze.’ Hij kijkt ernstig. ‘Als wij er komen, spelen we liedjes. Heel langzaam zie je ze opkijken. We komen dichtbij, verder dan drie meter zien ze niks . Na een half uur staan ze te dansen met de verpleging. Zo ontroerend.’

Niet iedereen reageert meteen vrolijk. ‘Er was eens een vrouw die tegen me schreeuwde: ‘ga weg!’ Hij springt uit zijn stoel, doet demonstratief een paar passen achteruit. ‘Zo ver genoeg?’ vroeg ik haar. ‘Nee’, schreeuwde ze. Hij doet weer een paar passen achteruit. ‘Zo wel?’ ‘Ja, kom nu maar terug’, zei ze toen. Ik mocht zelfs bij haar op schoot zitten.’ Hij glundert.

Hoewel hij in zijn rol als ritueelclown dood en glimlach moeiteloos combineert, is voor Van Wijngaarden de dood een groot mysterie. ‘En dan, vraag ik me af. En hoe dan? Iedereen weet dat hij doodgaat, alleen niemand gelooft het. Ik wil bewust elk moment als een mogelijkheid ervaren. De geschiedenis is verleden tijd. Het enige wat telt is het nu.’ Of hij tijdens zijn eigen uitvaart een ritueelclown wil, daar is van Wijngaarden nog niet over uit. ‘Het ligt nog open. Maar toch zullen er heel veel clowns komen, haha. Ik heb zo veel vrienden en collega’s die clown zijn.’

In hoeverre is Van Wijngaarden vergroeid met zijn rol als clown? ‘Je speelt geen clown, je moet een clown zijn’, zegt hij stellig. Maar dat is wel altijd een rol. ‘Je moet de knop om kunnen zetten. Clownen kan heel vermoeiend zijn, maar je wordt er ook door gevoed. Het is een samenspel, alleen heb je weinig lol.

Bronvermelding

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: