Tentoonstelling ‘In Wageningen begraven’

Gepubliceerd op 26-01-2008 – 12:18
Laatst bijgewerkt 26-01-2008 – 12:18

WAGENINGEN – Met de expositie ‘In Wageningen begraven’, waarvan de opening op vrijdag 1 februari 2008 is, sluit museum De Casteelse Poort direct aan bij de toenemende belangstelling in ons land voor rituelen rond de dood.

Naast de traditionele kerkelijke plechtigheden ontstaan tegenwoordig sterk persoonlijk getinte ceremonies om afscheid te nemen van overleden dierbaren. De uitvaarten van enkele bekende Nederlanders op tv haalden hoge kijkcijfers. Op internet treffen steeds meer rouwenden elkaar op digitale kerkhoven. In Amsterdam is onlangs een heus Uitvaartmuseum geopend.

Wisselende rituelen
De plek waar nu Wageningen ligt is al duizenden jaren bewoond, even lang zijn hier mensen ter aarde besteld volgens sterk wisselende rituelen. De expositie in het museum begint bij de cultuur van de grafheuvels, zo´n drieduizend jaar voor onze jaartelling. Van die grafheuvels zijn er nu nog tientallen in en om Wageningen te vinden, vaak aangeduid als ´archeologisch monument´. De expositie toont een opengewerkte maquette van zo´n grafheuvel, waarin te zien is hoe de lichamen met giften werden bijgezet.

Een forse stap vooruit in de tijd brengt de bezoeker bij het enorme grafveld in de Wageningse Eng, dat ongeveer van 400 tot 900 in gebruik is geweest. Veldonderzoek eind jaren ´20 en ´40 en begin jaren ´80 van de vorige eeuw heeft hier ´n kleine duizend graven blootgelegd. Het terrein is nu weer helemaal dichtgegooid. De expositie maakt duidelijk hoe de rituelen in vijfhonderd jaar tijd veranderden. Het best is dat te zien aan de ligging van de graven. Die veranderde van de ´heidense´ noordzuid- in de christelijke westoostoriëntatie.

Het eerste christelijke kerkje stond boven op de Wageningse Berg. Dat was in de negende eeuw en vanaf die tijd worden de doden in en om de kerken begraven. In de dertiende eeuw zakt de Wageningse bevolking de berg af en vestigt zich aan de voet ervan binnen de muren van de vestingstad. Daar wordt een stadskerk gebouwd met eromheen het kerkhof. Het geloof in hemel en hel nam een grote plaats in in het dagelijkse leven. Broederschappen en buurten verzorgden met veel plichtplegingen de uitvaart van hun doden. In de zeventiende eeuw kregen ook de joden een eigen begraafplaats in de stad, in de negentiende eeuw gevolgd door de katholieken die sinds de reformatie geen eigen kerk of kerkhof meer hadden gehad.

Wetgeving
Landelijke wetgeving maakte het noodzakelijk om in 1829 een nieuwe begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen. Inmiddels is die alweer verlaten – alleen het poortgebouw staat nog – voor het begrafenispark aan de Diedenweg, dat in 1902 in gebruik werd genomen. Daar is plaats voor de doden van elke levensbeschouwing en ruimte voor elk ritueel.

De expositie sluit af met een blik op de jongste veranderingen: de traditionele zware rouwrituelen hebben afgedaan en maken plaats voor een breed palet van sterk individuele uitingen. Zwart is taboe, veelkleurigheid in, maar droefheid blijft, want dood blijft dood.

De tentoonstelling duurt tot en met 24 augustus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: